Dat leek het motto te zijn in mijn trainingsgroep afgelopen week.
Laatst zat ik met een groep in een training waarin het al snel één kant op ging. Het gesprek kwam op het management, en binnen een paar minuten lag er een vrij compleet beeld van wat daar allemaal niet goed ging. Besluiten die nergens op sloegen, gebrek aan visie, dingen die bleven liggen. Iedereen herkende het, iedereen vulde aan.
En dat bleef niet bij één moment. Drie trainingsdagen op rij kwam het gesprek daar weer uit. Steeds opnieuw werd het beeld scherper van wat er boven hen misging. Telkens verschoof de aandacht die kant op.
Wellicht zat er ook wel een kern van waarheid in.
Alleen gebeurde er iets anders onder de oppervlakte. Hoe meer er werd ingezoomd op wat er mis was bij het management, hoe minder het nog over henzelf ging. Hun eigen rol verdween langzaam naar de achtergrond. Wellicht onbewust, maar het gevolg was dat het niet meer logisch voelde om nog naar hun eigen rol in het geheel te kijken.
Als het probleem daar, ergens anders, ligt, waarom zou je het dan hier zoeken?
Dat is een patroon dat je vaker ziet. Op het moment dat een groep zich richt op wat er ontbreekt bij de ander, wordt dat al snel het centrale verhaal. En hoe consistenter dat verhaal wordt, hoe lastiger het wordt om daar nog iets naast te zetten. Als trainer krijg je vaak het idee voorgeschoteld dat je de verkeerde groep in de training hebt, dat de noodzaak om te veranderen bij de mensen buiten de training ligt.
In deze groep was dat bijna tastbaar. Er ontstond een soort gezamenlijk gelijk. Een gedeeld beeld van hoe het zit: zij zijn het probleem en wij zijn het slachtoffer. En juist dat maakte het gesprek steeds vlakker. Er ontstond stilstand in de groep zelf. Want zolang de oorzaak buiten de groep ligt, hoeft er binnen de groep weinig te verschuiven.
Het is een logische reflex. Het is ook comfortabel. Want het houdt het vraagstuk overzichtelijk. Iemand anders moet iets anders doen, en dan wordt het beter. Alleen zet het de groep ook vast.
Want na drie dagen praten over wat er misgaat bij het management, wordt het steeds moeilijker om nog een andere vraag te stellen. Bijvoorbeeld wat dit van hen vraagt. Of welk aandeel zij zelf hebben in hoe de situatie blijft zoals hij is.
En misschien zit daar nog een diepere laag onder. Zolang je kijkt naar wat er ontbreekt bij de ander, hoef je ook niet te kijken naar wat er wél al is. Niet naar wat er in deze groep aanwezig is aan ervaring, invloed of vermogen om iets in beweging te zetten. Terwijl daar vaak meer zit dan mensen zelf doorhebben. Er liggen mogelijkheden om de aangeleerde hulpeloosheid te doorbreken.
Dat is in wezen een positiever gesprek, een gesprek over je eigen kracht, je eigen invloed. Maar dat gesprek voelt ongemakkelijker. Want het vraagt dat je gaat onderzoeken wat je zelf te brengen hebt, en wat je daar misschien nog niet van gebruikt. En daarom gebeurt het minder snel. Terwijl daar, in wat er al aanwezig is, het begin ligt van beweging.
Thomas Heger
Meer weten over onze leertrajecten voor adviseurs en consultants? Neem contact op via ons contactformulier of bel Paola op 06-14162835.